Home

Gedachten uit Emmen
verhalen, beschouwingen en gedachten over samenleving, politiek en het leven vanuit Emmen
 

 Lees mijn nieuwste gedachte    

Ik ben geboren en getogen in Emmen en schrijf over de samenleving zoals ik die zie. Niet om gelijk te krijgen, maar om bij te dragen aan een zorgvuldiger gesprek

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een gedachte uit Emmen, deel 3

Emmen, 16 juli 2026

Eén van de latere collega’s: “D’r zitt’n nog soveul mooie daag’n onder de sunne.”
In de vorige gedachte eindigde ik met de vraag hoeveel de tijd waarin je opgroeit je vormt. Achteraf denk ik dat de militaire dienst de eerste periode was waarin ik buiten mijn eigen wereld terechtkwam. Tot dan toe bestond mijn wereld uit Zuidoost-Drenthe, mijn familie, school, werk en de mensen die ik daar ontmoette. Ineens stond ik tussen jongens uit alle hoeken van het land. Sommigen leken in niets op mij, maar uiteindelijk moesten we allemaal hetzelfde doen. 

Waar ik nog wel eens met een glimlach aan terugdenk, zijn de laatste weken van mijn diensttijd. Onze pelotonscommandant was een imposante luitenant. Een brok van een kerel, met een forse baard. Hij duldde geen tegenspraak en kreeg zelfs de Amsterdammers stil. Tot hij, een paar weken voor het afzwaaien, ineens zonder baard voor ons stond. Zijn gezag was niet verdwenen, maar ineens keek er een jongenskop uit het uniform. We keken elkaar aan en dachten hetzelfde: hoe had deze snotneus ons veertien maanden lang onder de duim gehouden?

De overgang naar het burgerleven verliep verrassend soepel. Binnen de kortste keren vond ik werk … en verdorie … hartstikke leuk werk. Trekker rijden in de kassen. Frezen. Spitten. Kassen leegruimen.  Een trekker klein van stuk, maar sterk genoeg om het werk van een grote te verzetten. De drie Noordelijke provincies waren ons werkgebied. Grond ontsmetten. Draineren. Dat waren onze specialiteiten. 
Ik had het naar mijn zin. Misschien wel voor het eerst sinds lange tijd voelde ik me echt op mijn plaats.

Tot één stommiteit alles veranderde. Van het ene op het andere moment. Kort veur de kop. Adieu, mooi werk.

Wat nu? 

Geluk bij een ongeluk, de ervaring met machines gaf me een kruiwagen naar een nieuwe baan. Weliswaar verloor ik m’n ‘vrijheid in de buitenlucht’, maar kreeg er iets voor terug waarvan ik toen nog niet vermoedde hoeveel invloed het op mijn leven zou hebben. 

Die nieuwe baan bleek het begin van een ontwikkeling die ik toen onmogelijk kon overzien. Van het bedienen van machines groeide ik vervolgens door naar functies met steeds meer verantwoordelijkheid. Die ontwikkeling leidde, met veel vallen en opstaan, uiteindelijk naar het zelfstandig ondernemerschap, tot het moment waarop ik mocht zeggen: "Het werk zit erop."

Van buitenaf leek het misschien een gewone loopbaan. Van binnen was het een weg met pieken en diepe dalen, met fouten, onzekerheid, overspannenheid en telkens opnieuw beginnen. Achteraf besef ik dat juist die ervaringen mijn blik op de samenleving hebben gevormd. Vanuit die ervaringen kijk ik naar de samenleving van vandaag. Niet om de waarheid in pacht te hebben, maar wel om mijn kritisch onderbouwde gedachten op papier te zetten.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ik vraag me soms af hoe dat vandaag zou aflopen. In een tijd waarin computers, automatisering en tegenwoordig zelfs kunstmatige intelligentie steeds meer werk overnemen, zou iemand als ik, met drie mislukte Ulo’s en een rugzak vol omwegen, nog dezelfde kansen krijgen? Of was ik allang ergens tussen wal en schip beland?

Wordt vervolgd

 

 

 

 

 

 

 

©

 

 

Een gedachte uit Emmen, deel 1

Emmen 7 juni 2026

Uit turf, jenever en achterdocht heeft de Heer de Drent gewrocht ….
Hard en zwaar werken, de ellende vergeten en weer doorgaan zonder verwachtingen; het leven van een veenarbeider, het leven van de arbeider in Zuidoost Drenthe in de eerste helft van de twintigste eeuw. Zuidoost Drenthe is praktisch opgegaan in de gemeente Emmen; een verscheidenheid aan dorpen allemaal met een eigen identiteit. 

Ikzelf ben een Nieuw Amsterdammer, mijn herinneringen beginnen bij het Dommerskanaal nr. 5 en mijn ouders waren brugwachter, tenminste, ik meen dat mijn moeder die plicht voornamelijk op zich nam. Mijn vader was arbeider, zeker ook in het veen, maar ook richting Nijverdal als textielarbeider. 

Ik denk niet dat de Heer zich tussen mijn pa en ma heeft genesteld, zij konden het zelf wel af en hebben mij daar in een donkere nacht, omstreeks een decembermaand in elkaar geknutseld. Het was aan hen dat er in augustus daaropvolgend een nieuwe Drent is geboren. 

En ja, vanuit dat opgroeiend jongetje, dat trots het buisman blikje naar schippers hengelde voor een cent of stuiver, is een Drent gegroeid van een onmetelijke verlegenheid naar een eigenzinnig mens met eigen denkbeelden en een eigen leefwijze.

Meer dan zeventig jaar heb ik gedwaald, van Dommerskanaal 5 naar nummer 15, en vervolgens naar de Griendtsveenstraat 22. Dat voelde als een heerlijk niemandsland waar de wereld oké was. Links en rechts buren op meer dan 500 meter afstand. Wanneer mijn voetballende school vriendjes thuis moesten komen om te eten, kwamen Winnetou en Old Shatterhand, mijn onzichtbare maar o zo vertrouwde metgezellen.

Een onbezorgde jeugd?  Dat is een herinnering die spreekt; het is niet de werkelijkheid. Mijn broer verongelukte toen ik net twaalf was. Tien maanden later verloor ik mijn moeder. Onbezorgd? Nee. Maar tussen die gebeurtenissen door vulde ik mijn leven als jongen, bezig met een bal, een kanaal en de fantasie dat Winnetou en Old Shatterhand ieder moment uit het koren van de boer tevoorschijn konden komen.  

Die jeugd liet littekens na. Niet om mij tegen te houden, maar om mij te maken tot de mens die ik ben geworden. Mijn zus zei laatst nog: “Je bent toch een creatief kereltje geworden.” … En ja, met een glimlach en met een knipoog, geef ik haar graag gelijk. 

Inmiddels tijd voor voortgezet onderwijs. Lagere school met glans doorlopen en rijp voor de ULO (Uitgebreid Lager Onderwijs). Slim kereltje, dat wel, maar ergens onderweg was er iets veranderd. Waar was de ruimte om nog plezier te maken? Winnetou en Old Shatterhand voorgoed verbannen naar de prairie … Waar was mijn onbevangenheid naartoe?

Ik had kansen. Ze zijn me met trots en liefde aangereikt. Daar twijfel ik nog steeds niet aan. Maar kansen zijn niet hetzelfde als ze kunnen benutten. Daar is meer voor nodig dan een goed stel hersens. Zelfvertrouwen. Begeleiding. Iemand die ziet wat je kunt voordat je het zelf ziet. Dat ontbrak mij.

Misschien is dat ook de reden waarom ik tegenwoordig moeite heb met de achteloze uitspraak dat iedereen gelijke kansen heeft, als je maar wilt. Het klinkt mooi. Maar een mens is meer dan zijn wil alleen. Steeds vaker krijg ik de indruk dat mensen het gevoel hebben dat de wereld al een beetje af is en dat er voor hen nauwelijks nog een plek overblijft. Daar zet ik mijn zoektocht naar de samenleving van vandaag aan.

 

Een gedachte uit Emmen, deel 2

Emmen, 11 juli 2026

Achteraf kiek ie een koe in de kont en mooi is dat uutzicht niet heur.
Tja, met meer dan 70 jaar op de pokkel, heb je eigenlijk een breder uitzicht naar het verleden dan naar de toekomst. En dan heb je de keuze, zie je het ene of zie je het andere. Ik bedoel dat voor de gewone man de kont van een koe niets echt aansprekend is, maar … stel je toch eens voor als je het met de ogen van een boer kunt kijken. Dan zie je niet alleen het afvalputje maar ook een welgevulde uier met romige melk. Ik leen de ogen van de boer en kijk terug op een leven van vallen en opstaan. Niet om spijt te verzamelen, maar om te begrijpen hoe dat leven mij heeft gevormd.

Mijn naaste familie, drie Ulo’s (Klazienaveen, Emmen en Amersfoort). Een internaat.  Losse en vaste baantjes tot aan mijn militaire diensttijd. Daarna een aantal fijne werkgevers, omscholing en hink – stap – springen naar mijn pensioen. Het leven heeft mij langs mensen, plaatsen en omstandigheden gevoerd. Ze hebben allemaal hun sporen achtergelaten. Toch kijk ik achterom en denk ik: uiteindelijk heb ik mijn eigen leven geleefd. Niet ondanks die mensen, maar dankzij én ondanks hen.

De laatste hoofdmeester van de lagere school, meester Klok, zag iets in mij wat ik zelf helemaal niet zag. Hij kende de gebeurtenissen binnen ons gezin en aarzelde niet om tegen mijn vader te zeggen dat ik moest doorleren. Volgens hem had ik daar de capaciteiten voor. 

Hij kreeg gelijk … en toch ook weer niet. Uiteindelijk is het een botsing geworden tussen verwachting en werkelijkheid. De verwachting waren hoog, de werkelijkheid trok zich daar weinig van aan. Terugkijkend ben ik dankbaar voor de kansen die ik heb gekregen. Ze brachten mij misschien niet waar meester Klok dacht dat ik zou uitkomen, maar zonder die kansen was ik ook niet de mens geworden die ik nu ben.

Drie Ulo’s versleten zonder resultaat. Mijn pa kon niet anders; ik moest gaan werken. En hiermee ging eigenlijk ook een stiekeme wens van me in vervulling. Geld verdienen, gelijk mijn broers en zus, dromen van een brommer … een auto. Wat moest ik met diploma’s, het ging om geld, hard werken en veel geld verdienen. Amper veertien jaar en doen waar je zin in had.

Tuinbouw, ja hard en zwaar werken en weinig verdienen. Mooi, ik heb werk. Niet meer zeuren. Nu doen wat er van je wordt verwacht. Vijfentwintig gulden per week. Meedoen met de grote mensen. 

Een droom is mooi zolang hij nog een droom is. De werkelijkheid stelt andere eisen. Vijfentwintig gulden voelde rijk. Tot ik ontdekte hoeveel zweet erin zat. Zonder precies te weten wat ik zocht, begon ik aan een zwerftocht langs heel veel werkgevers. Van alle baantjes nam ik iets mee, later bleek dat ik er ook iets achterliet. Waarschijnlijk heb ik onbewust de vele baantjes gebruikt om mijn onrust kwijt te raken. 

Een keerpunt aan die onrust bracht Vadertje Staat, die mij riep om te dienen. Kon ik duiken, had ik de militaire keuring kunnen saboteren om niet te dienen. Ja absoluut, maar het kwam niet in me op. Feit is, veertien maanden dienstplicht, een periode van slikken en niet weglopen. 

Achteraf besef ik dat je als jongere vaak denkt dat je zelf je keuzes maakt. Pas veel later ontdek je hoeveel je gevormd wordt door de tijd waarin je opgroeit. Misschien geldt dat nog steeds. Die gedachte neem ik graag mee naar de volgende keer.

 

Information icon

We hebben je toestemming nodig om de vertalingen te laden

Om de inhoud van de website te vertalen gebruiken we een externe dienstverlener, die mogelijk gegevens over je activiteiten verzamelt. Lees het privacybeleid van de dienst en accepteer dit, om de vertalingen te bekijken.